Zorg dat je voor een wedstrijd ongeveer één uur van te voren aanwezig bent, zodat je tijd genoeg hebt om de startlijst te bekijken, in te lopen, je wedstrijd voor te bespreken met je coach en in te rijden. Laten we beginnen bij de startlijst. Een startlijst (soms ook wel loting genoemd) kan nogal verwarrend zijn als je deze nog niet al te vaak onder de loep hebt genomen. De lijst bestaat namelijk uit cijfers, kleuren, namen en tijden (zie voorbeeld onder deze tekst). De cijfers staan voor het ritnummer waarin je rijdt. Bij ieder ritnummer staan twee namen, dit is omdat er altijd in paren wordt gestart: iemand in de binnenbaan en iemand in de buitenbaan. Om het nog verwarrender te maken worden de meeste wedstrijden in kwartetten verreden. Dat betekent dat er twee paren achter elkaar aan schaatsen en er in totaal dus vier schaatsers in de baan staan.Om onderscheid te kunnen maken tussen de vier rijders in een kwartet, dragen alle schaatsers wedstrijdbandjes in verschillende kleuren om hun rechterarm. Het paar dat als eerste start heeft een wit (binnenbaan) of een rood (buitenbaan) bandje om, het paar dat als tweede start heeft een geel (binnenbaan) of een blauw (buitenbaan) bandje om. Op de startlijst staat aangegeven welke kleur bandje je hebt en dus welke startplaats je hebt aangewezen.Verder staan op de startlijst de namen van de schaatsers en de bijbehorende ST (beste seizoenstijd) en PR (persoonlijk record) voor de desbetreffende afstand. Vaak worden de ritten ingedeeld op basis van ST, om te zorgen dat je tegen een zo gelijkwaardig mogelijke tegenstander komt te schaatsen. 
Wat je dus doet zodra de startlijst bekend is gemaakt:
Stap 1: je zoekt je naam op de startlijst
Stap 2: je kijkt welke rit je zit
Stap 3: je kijkt welk bandje je hebt
Stap 4: je doet het juiste bandje om je rechterbovenarm (mocht je zelf niet over bandjes beschikken, dan kun je deze meestal wel lenen van een lieve Lacustriaan, of aanvragen bij de start)
Heb je al het bovenstaande helemaal top voor elkaar? Oftewel: sta je inschreven, heb je goed ingelopen, weet je in welke rit je zit, heb je het juiste bandje om, heb je een schaatspak en een paar (geslepen) schaatsen aan? Dan is het tijd om het ijs op te gaan! Zorg dat je zo’n 10-12 minuten voor je rit op het ijs staat, zodat je nog even wat kunt inrijden en het ijs aanvoelen. Ga zeker niet te vroeg het ijs op, dan krijg je het alleen maar koud! Doe bij het inrijden niet te veel, je wilt tenslotte niet vermoeid aan je rit beginnen! Een voorbeeld van een goede voorbereiding is voor een 500 meter bijvoorbeeld één à twee rustige rondjes, een felle steigerung en een glijstart of eventueel staande start. Voor langere afstanden vervang je de start dan door wat meer (rustige) rondjes rijden.
Zo’n 2 minuten voor de start ga je naar de start om je daar bij de hulpstarter te melden. Deze checkt of je het goede bandje om hebt een geeft aan wanneer je richting de start mag. Dit is ook het moment waarop je eventueel nog wat kleding kan uittrekken. Vaak wordt door de speaker aangegeven wanneer welke rit zich klaar mag gaan maken voor de start, maar toch is het goed om dit zelf ook goed in de gaten te houden. Bij een 500 meter kun je bijvoorbeeld het beste zorgen dat je twee kwartetten voor jouw rit richting de start gaat. Zit je bijvoorbeeld in rit 9 (kwartet 5), dan ga je richting de start zodra rit 5 (kwartet 3) aan de start staat. Bij langere afstanden kun je iets langer wachten met richting de start gaan, aangezien die ritten langer duren. Let op: in Nijmegen is de inrijbaan heel smal, waardoor er niet (veilig) kan worden ingereden. Zorg er hier dus extra goed voor dat je naast het ijs goed opgewarmd bent. Ga ook zeker niet te vroeg het ijs op, je krijgt het namelijk snel koud doordat je niet of nauwelijks kunt inrijden.